Blokken rijwoningen 8/11

Huizeneiland 4

Deze 2 huizenblokken zijn allemaal laagenergiewoningen, die van huizeneiland 5 passiefwoningen. We lichten eerst deze begrippen even toe.

(Bron)

Passiefhuis” en “laagenergiewoning”  gaan in essentie uit van dezelfde basisprincipes en de doelstellingen worden bereikt door verschillende technische oplossingen:
  • zeer goed isoleren,
  • goed luchtdicht bouwen,
  • bewust ventileren (met warmterecuperatie) - de lucht is altijd vers, de temperatuur is aangenaam (22°C) en je reduceert 75% van de CO2-uitstoot,
  • de winterzon in overvloed binnenlaten zodat we nog maar weinig moeten gaan (na)verwarmen.
Hierdoor wordt maximaal gebruik gemaakt van de opwarming door directe zonnestraling. De passieve verwarmingsinput wordt niet alleen geleverd door het zonlicht dat opgevangen wordt via de ramen, maar ook door de opwarming van het huis via toestellen, activiteiten en de bewoners zelf (ieder levend wezen produceert immers warmte). Praktijkvoorbeelden leren ons dat je een passiefhuis kan verwarmen vanaf 7 à 15 euro per maand (84 à 180 euro/jaar) en een laagenergiewoning vanaf 25 à 35 euro per maand (300 à 420 euro per jaar). In deze kosten zit ook de productie van sanitair warm water inbegrepen. Om deze lage cijfers te behalen, wordt er vaak gekozen voor een zonneboiler. Zo kan ook voor warm water de zon optimaal worden benut.

De warmtevraag van een passiefhuis bedraagt minder dan 15 kWh/m²jaar, terwijl een gemiddelde woning in Vlaanderen tussen de 150 en 200 kWh/m²jaar verbruikt. Bij een laagenergiewoning varieert de warmtevraag tussen de 15 en 25 kWh/m²jaar.

Passiefhuis


(Bron)

Bij het ontwerp van een passiefhuis wordt er – nog meer dan bij een laagenergiewoning – maximaal rekening gehouden met de zonne-instraling: men voorziet zoveel mogelijk glas aan de zuidkant. Omdat passiefhuisramen (HR++) zeer duur zijn, en elke extra m² glas extra knaagt aan het budget, wordt het glas in de andere gevels tot een minimum beperkt.
Daarna wordt de isolatie van de woning berekend. Daarbij zorgt men ervoor dat er niet meer dan 1 à 1,5 kW nodig is om de woning te verwarmen. Dit betekent dat een compact passiefhuis altijd kan opgewarmd worden door enkel via het ventilatiesysteem een beetje extra warmte te verspreiden. Zo spaart men de kost van een centrale verwarming uit. Er moet wel extra geïnvesteerd worden in speciaal isolerende raamkaders, extra isolatie, extra luchtdichting,… Dat maakt dat een passiefhuis toch ongeveer 15 000 euro duurder kan zijn dan een laagenergiewoning. In een passiefwoning is een externe verwarmingsbron in principe niet nodig.
Een passiefhuis vraagt wel een extra investering (15% hoger). Maar aangezien er geen dure brandstof nodig is, is dat geld na een paar jaar al ruimschoots terugverdiend. De energiekost in een dergelijk huis bedraagt gemiddeld slechts 120 euro per jaar.

Lage energiewoning

Bij een laagenergiewoning worden in essentie dezelfde technieken toegepast als bij een passiefhuis: goed isoleren, goed luchtdichten, ventileren met warmterecuperatie én de winterzon benutten. Men gaat gewoon iets minder ver. De isolatiediktes variëren van 10 tot 20cm, terwijl dit bij passiefhuizen het dubbele is. Een lage energiewoning heeft dus toch nog een verwarmingssysteem van een 4 à 9 kW nodig.

De laagenergiewoningen van huizeneiland 4 zijn als volgt opgevat:
In deze 2 huizenblokken met strobalen muren zijn ook een zonneboiler en fotovoltaïsche panelen aanwezig. Deze laatste leveren de elektriciteit. Uiteraard wordt er gebruik gemaakt van passieve zonnewinst en balansventilatie. Op zonnige dagen wordt dankzij de zonnecollectoren op het dak de zonneboiler opgewarmd. Deze boiler levert dan warmte voor:
  • sanitair (douche, afwas, bad,…),
  • verwarming: de maximale 1,3 kW die nodig is voor verwarming wordt verspreid via de balansventilatie.
In de vertrekleiding van de balansventilatie zit een warmtebatterij die rechtstreeks op de zonneboiler is aangesloten. Als het dus na een zonnige dag een paar dagen koud en mistig blijft, dan kan de zonneboiler door zijn middelgrote omvang het sanitair warm water én de verwarming op temperatuur houden.
Indien de zon echter te lang weg blijft, is het gedaan met de gratis warmte en dient de boiler bij te verwarmen. Om de boiler bij te stoken gebruiken we een volautomatische houtkachel: 80% van de geproduceerde warmte gaat via een waterleiding naar de boiler (warm sanitair water); 20% gaat door straling (door het raampje) en ventilatie (door roostertjes rond de kachelmantel) in de ruimte “verloren” en warmt de leefruimte op.
Wij hebben gekozen voor deze kachel, “voor de gezelligheid”. De energie die geproduceerd wordt door deze gezellige vlam gaat evenwel niet verloren: ze wordt  nuttig naar de boiler gebracht. Bijkomend mooi voordeel is dat het warme water nu zuiver met hernieuwbare brandstof wordt opgewekt. Dat gebeurt met houtsnippers die lokaal gewonnen worden. De isolatie van dit huizeneiland is op de volgende wijze gerealiseerd.
  • De dakisolatie is op basis van nagroeibare grondstof: vlas. Dit is een bescheiden plant die zonder bemesting en pesticiden en zelfs op schrale grond zeer goed kan gedijen. Vlas is bovendien een echt Vlaams landbouwproduct, dat spijtig genoeg niet veel meer wordt geteeld in ons land.
  • Bij de muurisolatie van dit huizeneiland is de houten draagconstructie opgevuld met strobalen. Dit uitstekende en goedkope isolatiemateriaal is een natuurlijk restproduct. Strobalen blijven over na het verbouwen van graangewassen. De graanteelt is een typisch Vlaams landbouwproduct.
  • Als vensterisolatie gebruiken we hoogrendementsglas (+) met houten raamkaders of aluminium raamkaders.
  • De vloerisolatie bestaat uit houtvezelisolatie. Deze wordt gemaakt uit vezels van naaldhout, afkomstig van het dunnen van bossen en onbehandelde stamresten van zagerijen. Het is dus een typisch voorbeeld van een nagroeibare grondstof en kan in ons land gemaakt worden.
In dit huizeneiland opteren we voor mechanische ventilatie met warmteterugwinning.